6 maart 2026
In 2026 bestaat Nederlandse Bouw Unie 60 jaar – een mijlpaal die terugblikt op een geschiedenis vol samenwerking, ondernemerschap en vakmanschap.
Nederlandse Bouw Unie vindt haar oorsprong in 1966 toen op initiatief van enkele Zeeuwse bouwbedrijven, onder leiding van Piet de Visser, de krachten werden gebundeld om de destijds grote woningbouwbehoefte in Zeeland te realiseren. Het collectief, de Unie, pakte gezamenlijk grotere seriematige Zeeuwse woningbouwprojecten aan onder de naam Walcherse Bouw Unie, gevestigd in Grijpskerke. Het Rijk stimuleerde het pensioenfonds van de ambtenaren (ABP) om fors te investeren in gebieden waar dat nodig was, waaronder Zeeland. De regionale bouwers waren individueel niet opgewassen tegen zo’n grote opgave, maar al samenwerkend wél.
Na een succesvolle start werd het werkgebied eind jaren ’70 en begin jaren ’80 uitgebreid naar Brabant en Zuid-Holland en werden, door de jaren heen, twee nieuwe bedrijven opgericht. Brabantse Bouw Unie hield kantoor aan de Baronielaan in Breda en Nederlandse Bouw Unie in het Hulstkampgebouw in Rotterdam. Nadat Nederlandse Bouw Unie een sterke marktpositie in de regio Rotterdam had verworven, werd uit efficiëntieoverwegingen besloten om de activiteiten in zowel Brabant als Rotterdam vanuit Etten-Leur (Nijverheidsweg) aan te sturen. Daarbij werd gekozen voor de bedrijfsnaam Nederlandse Bouw Unie (NBU). In 1995 droeg oprichter Piet de Visser zijn aandelen in Nederlandse Bouw Unie over aan de toenmalige directeur Peter van Kinderen. Een jaar later verkocht hij de in Grijpskerke gevestigde Walcherse Bouw Unie aan het beursgenoteerde Heijmans.
In de jaren die volgden groeide het aandeel ‘eigen ontwikkeling’ binnen de omzet aanzienlijk. De focus verschoof van het uitvoeren van opdrachten voor derden naar het realiseren van projecten uit eigen ontwikkeling: projecten die door NBU zelf werden geïnitieerd, inclusief de aankoop van locaties, het bedenken en uitwerken van het type vastgoed en het vervolgens op de markt brengen hiervan. Projecten ontwikkelen en bouwen voor eigen rekening en risico, zoals dat wordt genoemd.
In 2002 en 2008 droeg Peter van Kinderen zijn aandelen in twee tranches over aan Jan Voesenek, die al sinds 1981 bij het bedrijf werkzaam was en nauw samenwerkte met Peter. De financiële crisis in 2008 – en de jaren daaropvolgend – maakten duidelijk dat het voor NBU belangrijk is om zowél voor eigen ontwikkelingen te bouwen áls voor derden/opdrachtgevers. De bouwomzet van Nederlandse Bouw Unie bestaat de afgelopen jaren dan ook gemiddeld voor twee derde uit eigen ontwikkelingen en een derde in opdracht van – over het algemeen vaste – partners zoals beleggers en woningcorporaties.
Nederlandse Bouw Unie is een familiebedrijf. De aandelen zijn altijd in handen geweest van een privépersoon die op familiaire wijze werkte. Verbinding en betrokkenheid stonden en staan voorop. Sinds de generatiewissel in 2025 is het directeur-stokje letterlijk overgegaan van familie op familie toen Thijs Voesenek dit overnam van zijn vader Jan. De koers blijft ongewijzigd: met nuchtere blik, doortastendheid en creativiteit blijven wij ook in de toekomst de mooiste projecten bouwen én ontwikkelen!